maandag 24 juli 2017

prentje en het sprookje

Als we vertrekken, is de lucht blauw met wollige stapelwolkjes.
We rijden door het Brabantse landschap.
'Kijk', zegt Zoon. 'Die koeien hebben een hele weide tot hun beschikking, maar gaan toch allemaal vlakbij elkaar liggen.'
Als we langs de pluimen een fabrieksschoorsteen rijden, hoor ik naast me: 'Het lijkt wel alsof die fabriek wolken produceert.
Het is net een wolkenfabriek.'

Mijn puberZoon.
Volgende maand wordt hij al dertien.
Het liefst kijkt hij de hele dag YouTube-filmpjes van andere pubers die aan het gamen zijn, terwijl hij ondertussen zelf via een ander beeldscherm ook een computerspelletje speelt.
Zijn telefoon ligt standaard naast hem.

Maar vandaag niet.
Vandaag zijn we samen op weg naar de Efteling.
De sfeer is uitgelaten, we hebben er zin in.
'Ik gedraag me niet echt als een vijfenveertigjarige hè', vraag ik een beetje schuldbewust.
'Heb je dat ooit gedaan dan?', ketst hij onmiddellijk terug.
Een betere spiegel dan een puber is er niet.

We gaan drie keer in Symbolica, de nieuwste attractie, tot we alle routes hebben ontdekt.
Uit pure nostalgie lopen we door het Sprookjesbos.
Zoon reikt inmiddels al ver voorbij mijn schouders.
Nog even, en hij haalt me in qua lengte.
Hij heeft de baard al in zijn keel.
En toch kijkt hij me verwachtingsvol aan als we bij de muntjespoepende ezel zijn.
Om vervolgens teleurgesteld getuige te zijn van een staart die wél omhoog gaat, maar er geen muntje uitgooit.
Nou ja, zeg.
We gooien er nog een keer vijftigcent in, en dit keer worden we beloond met twéé vliegende muntjes.
Obstipatie, vermoed ik.
Het beestje staat er ook al jaren.

Behalve een rij voor Symbolica, is het niet echt druk.
Ik vermoed dat veel mensen zich hebben laten afschrikken door de slechte weersvoorspelling.
Het valt me mee wat betreft de buien.
Tot nu toe hebben we er eentje gehad, en schuilden we onder een grote parasol.
Dat had ook wel weer wat.

Omdat we allebei bange poeperds zijn, negeren we alle enge achtbanen.
Wilder dan de Pirana hoeft voor ons allebei niet.
Daar aangekomen, kunnen we bijna in één keer doorlopen.
We worden niet eens zo hoe heel nat.
'Kunnen we blijven zitten?', gebaar ik overmoedig naar de jongen van de attractie.
Hij steekt zijn duim omhoog.
Er staat toch niemand meer in de rij.

'Volgens mij begint het te regenen, mam', zegt Zoon voorzichtig als we nog in het overdekte gedeelte zijn.
Ha, regenen? Hozen! De grootste stortbui van die dag valt naar beneden.
Binnen twintig seconden zijn we compleet doorweekt.
Ik begrijp nu wel dat er niemand meer in de rij stond.
Het water komt overal vandaan: uit de lucht, van de waterval, de golven uit de baan die over onze schoenen stromen.

Als twee verzopen katten rennen we naar de auto.
'McDrive dan maar?', stel ik voor.

Even later werken we het fastfood naar binnen in een auto die compleet beslagen is.
'Wat vond jij het leukst?', vraagt Zoon met een mond vol Franse frietjes.
'Symbolica denk ik', antwoord ik weifelend.
Nieuwe dingen hebben toch een grote aantrekkingskracht.
'En jij?'

'De laatste rit in de Pirana', antwoordt hij stralend.
Púbers.

zaterdag 22 juli 2017

prentje en de jurk

Ik ben al een paar keer langs het winkeltje in het kleine kustplaatsje gelopen, maar steeds is de deur nog dicht.
Er hangt ook geen lijstje met openingstijden op de deur.
Ik heb zelfs al geïnformeerd in de winkel ernaast. 'Ze is nog bezig', zegt de buurvrouw.
Een website kan ik ook niet vinden.

En toch heeft het kleine winkeltje een enorme aantrekkingskracht op me.
Dus als ik voor de zoveelste keer langs fiets en afstap, ben ik blij verrast dat de deur meegeeft.
De eigenaresse is net een soort onhandige manoeuvre aan het uitvoeren en kijkt me aan met heldere lichtblauwe ogen. Ik voel een instant click.

"Nog zoveel te doen', mompelt ze. Ik vertel haar dat ik al een paar keer langs was gekomen en ze knikt verontschuldigd. 'Ze noemen me ook wel de mevrouw van het winkeltje dat nooit open is', antwoordt ze lachend.
Om daar zuchtend aan toe te voegen: 'Ik zit midden in een verhuizing, ik ga hier ook wonen.'
Ze loopt met me naar achteren, waar een geweldig huisje zich ontvouwt.
'Kijk', zei ze trots. 'En hier komt de workshopruimte'.

Ik struin ondertussen bewonderend door de rekken met louter linnen kleren in gedempte kleuren als grijs, zand en antraciet.
Ik wil eigenlijk alles wel hebben.
'Hoe moet ik hier uit kiezen? Dit is een complete weerspiegeling van mijn smaak.

'Mooi is het hè', beaamt ze.
Ik heb een ontwerpstudio in Litouwen gevonden die alles met de hand maakt.
Ze hebben een verkooppunt in Japan, nog ergens in Europa en nu dus hier', besluit ze opgewekt.
Haar roodbruine krullen dansen vrolijk rond haar gezicht.
De hond die in hoekje had liggen slapen, duwt zijn snuit tegen haar been.
'Je wilt uit hè, jongen', spreekt ze 'm meelevend toe.
'Maar ik moet wachten op de boodschappen die worden bezorgd.'

Ik trek ondertussen een lichtgrijze jurk uit het rek.
'De kleedkamer is nog een beetje improviseren', zegt ze bezorgd, terwijl ze een kamerscherm verzet.
Ik trek de jurk aan. Hij zit als gegoten.

'Wat staat ie je goed', knikt ze.
'Ik heb 'm ook gepast, maar mij staat ie niet. Jou wel.'
Ik wil 'm.
Ik ben geen shopper, en heb een instant verliefdheidsgevoel nodig met producten.
Het gevoel van: "dit ben ik. Dit past bij mij".
Dat zijn vaak de meest minimalistische ontwerpen, zonder franje.
Dat geldt voor kleding, maar ook voor accessoires. Eigenlijk voor alles.  

'Heb ik al gezegd dat de pin het niet doet?'
Beteuterd staart ze naar het apparaatje op de toonbank.
'Ik heb nog nooit in een winkel gestaan', lacht ze.
'Ik was vertaalster, maar wilde niet mijn hele leven achter mijn bureau zitten'.

'Ik pin wel even verderop', zeg ik.
'Hou de jurk maar aan hoor', antwoordt ze vrolijk.
'Zal ik gelijk je hond dan uitlaten?', vraag ik impulsief.

Even later loop ik door het dorp in een jurk die ik nog niet heb betaald, met een hond aan de riem die niet van mij is.
Toch voelt het heel natuurlijk.

Als ik terugkom, raken we opnieuw in gesprek.
We blijken ongelofelijk veel raakpunten te hebben.
Alsof je iemand ontmoet die een vergelijkbaar soort leven leeft, parallel aan de jouwe.
We hebben het over onze kinderen, relaties, ambities en struikelen bijna over onze woorden.
Opeens steekt ze haar hand uit.
Ze heeft dezelfde voornaam. Het lijkt bijna logisch.

We worden opgeschrikt door een klant. Opeens realiseer ik weer dat ik een winkel sta.
Ik wil haar niet langer ophouden, en reken snel de jurk af.
'Woon je hier eigenlijk in de buurt?', vraagt ze nog.
Ik antwoord haar dat ik op vakantie ben, maar wel regelmatig in deze omgeving ben.
'Volgende keer drinken we een kop koffie in de tuin', zegt ze opgewekt.
'Dan ben ik inmiddels wel verhuisd.'

Vrolijk stap ik op mijn fiets.
Blij met alles.

donderdag 20 juli 2017

prentje en het afscheid

Nog een laatste keer kijk ik om.
Dan start ik de auto en rijd weg.


Als U hier al langer komt, herinnert u misschien het Kleine Huis aan Zee nog.
Mijn fijne schuilplaats vlakbij het strand, waar ik zoveel mogelijk weekenden en vakanties doorbracht.
Het was er niet luxe; het toilet bevond zich in het schuurtje, en douchen kon alleen buiten.
Maar wat was het er heerlijk.

Welnu; het Kleine Huis is er niet meer.
Al jarenlang gingen er geruchten dat de eigenaar van de camping de grond wilde verkopen.
Niet onvoorstelbaar ook; de plek was onbetaalbaar, in vele opzichten.
Je liep de deur uit en belandde midden in de duinen. De zee was op nog geen kilometer afstand.

De meeste bewoners van de camping stonden er al tientallen jaren.
Eenmaal daar, was je verkocht. Betoverd door de plek.
Inmiddels waren ze de verhalen over mogelijke verkoop wel gewend; er gebeurde toch nooit wat.
Tot we op een dag de factuur voor het komend seizoen ontvingen met hieronder twee droge zinnetjes; de camping ging definitief sluiten.
We kregen nog twee seizoenen om van de unieke plek te genieten.

Wat volgde, was filmisch.
Na de eerste schok, besloten een aantal bewoners dat dit zo maar niet ging.
Een tijd lang ging het over niets anders meer op de camping dan de sluiting, en hoe dit voorkomen kon worden.
De eigenaar gaf aan dat hij simpelweg geen zin meer had om de camping langer te exploiteren, maar dit werd niet geloofd.
De wildste verhalen gingen in het rond: de eigenaar had een miljoenenbod gekregen. Zijn dochter alvast een nieuwe auto om het te vieren.
Iemand had geïnformeerd bij een huisjespark in de buurt, en daar was haar medegedeeld dat er inderdaad dure vakantievilla's op onze plek zouden komen.
Maar wilde hij dit bevestigen?

Inmiddels was er ook een advocaat ingeschakeld, en de bonte groep kwam op de gekste plekken bijeen.
Zo werd er vergaderd met de advocaat midden op de camping: pal voor de neus van de eigenaar die zelf ook op het terrein woonde.
Iedereen had zijn eigen campingstoeltje meegenomen en zat daar in korte broek te overleggen met de advocaat wat nu een volgende stap zou kunnen zijn.

De eigenaar bleef echter bij zijn verhaal. Nee, er was geen projectontwikkelaar in het vizier.
Hij was het gewoon zat.

De zaak kwam voor de rechter en die gaf aan dat hij het weliswaar geen geloofwaardig verhaal vond, maar dat er keihard bewijs ontbrak van de verkoop.
En dat was een heet hangijzer: als dat er wel was, moest hij ons namelijk uitkopen.
Nu kregen we simpelweg een brief bij de volgende factuur dat we er zelf maar voor moesten zorgen dat de boel weggehaald was voor 1 november van het volgende seizoen. Kosten voor eigen rekening.
Stoppen was iets anders dan verkopen.

Enfin, om een lang verhaal kort te maken; het was zijn woord tegen het onze.
De advocaat gaf aan dat we in hoger beroep konden.
We stelden een bemiddelaar aan, die nog één keer in alle redelijkheid met de eigenaar zou gaan praten.
Dat gebeurde; en daar kwam een laatste voorstel uit.
Als we niet in hoger beroep gingen, zou de eigenaar er zelf voor zorgen dat onze huisjes aan het einde van het seizoen zouden worden weggehaald.

Ik koos eieren voor mijn geld. Geen zin in een slopende rechtzaak die me ongetwijfeld veel negatieve energie zou kosten.

Vervolgens heb ik een feestje gemaakt van het laatste seizoen.
Vrienden huurden een plek op hetzelfde veldje en elke dag nam ik een beetje meer afscheid van het Kleine Huis aan Zee.

De laatste dag brak aan.
In mijn eentje reed ik nog één keer terug.
Ik had wat spulletjes op Marktplaats gezet, en die werden die dag opgehaald.
Ik kon de kopers blij verrassen met alles wat ze maar mee wilden nemen uit het huisje.



Hoewel het eigenlijk niet meer hoeft, sluit ik voor de laatste keer af.
'Dag Kleine Huis aan Zee, bedankt voor alles', fluister ik.

Nog een laatste keer kijk ik om.
Dan start ik de auto en rijd weg.

zondag 16 juli 2017

prentje en de ontmoeting

Ik wacht op haar, maar ze is er nog niet.
In eerste instantie sta ik voor de verkeerde ingang te wachten van het Centraal Station in Amsterdam.
Meteen als ik naar buiten kom ga ik in de wachtstand, ondanks dat ik tien minuten te vroeg ben.
Maar het blijkt de zij-ingang te zijn.

Nu sta ik al een minuut of tien voor de hoofdingang te wachten. Ik word een beetje zenuwachtig.
Bij iedere vrouw die ik naar buiten zie lopen, schat ik in of zij het is. Maar ze is het steeds niet.
In mijn hoofd ziet ze er anders uit.
Ik heb haar nog nooit gezien, toch heb ik een beeld in mijn hoofd gevormd van haar.
Zacht hoor ik mijn naam. Ik draai me om. Zij is het.
'Ik stond per ongeluk bij de zij-ingang te wachten', zegt ze.

Kun je iemand kennen die je nog nooit hebt ontmoet? Ik denk van wel.
Ik heb het idee dat ik haar al jaren ken. En zo beginnen we ook te praten.
Alsof we elkaar al jaren kennen.
Alsof we niet elkaar net vijf minuten voor het eerst in levende lijve hebben gezien.
Puur op basis van tekst. De magie van woorden.
We volgen elkaars blogs al jaren.
Ze woont vanwege het werk van haar man en van haarzelf al jaren in het buitenland.
Ze reageert zo vaak op mijn blog, dat mensen inmiddels denken dat ze familie van mij is.
En zo voelt het ook bijna.
Terwijl we niet eens veel contact hebben. Af en toe mailen we.
Ik weet niet eens meer wie daarmee is begonnen. Het was een herkenning, van begin af aan.
Ik voel me vereerd dat ze me nu een keer 'in het echt' wil ontmoeten, ondanks dat ze maar even in Nederland is.

En zo lopen we door de stad. Vinden een fijn café.
De serveerster heeft inmiddels al twee keer gevraagd wat we willen drinken.  
De koffie wordt gevolgd door lunch, en we zijn nog lang niet uitgepraat.
Maar we moeten terug. Haar kindjes en Zoon wachten op ons.

Bij het station, blijkt haar trein al bijna te vertrekken.
We rennen het perron op, ze haalt het nog net.

Dag familie-in-den-vreemde. Je was even dichtbij.
Tot de volgende keer.

vrijdag 14 juli 2017

prentje et Louise

Ik heb nog nooit mijn zomervakantie doorgebracht in Bretagne, maar ik droom er wel al jaren van.
De wonderschone animatiefilm 'Louise en hiver' speelt zich af in mijn gedroomde kustplaatsje.
Pastelkleurige panden langs de boulevard, kinderen die krabbetjes vangen.
Blauw-wit gestreepte luifels.
Krijtrotsen tot in de hemel.
Een casino vol vergane glorie.
Het draaimolentje met paardjes.

En Louise, een kranige seniore dame die de laatste trein mist, en daarom noodgedwongen alleen in het vissersdorpje de winter moet doorbrengen. Want vanwege 'hoogtij' komt er niemand buiten het seizoen.
Ze maakt er maar het beste van.
Bouwt een hutje aan het strand (haar huisje is ondergelopen door het hoogtij) en krijgt gezelschap van een lieve hond, die ze 'Opaatje' noemt.
Gaandeweg de film krijgt ze steeds meer herinneringen aan haar jeugd die ze vanwege de oorlog in hetzelfde plaatsje aan zee door heeft gebracht.

Niet alleen is elk plaatje een lust voor het oog (in pastelkleurig waterverf en krijt) - ook het dromerige verhaal is geweldig. Want leeft Louise nog wel? Haar klok staat stil.
Bovendien converseert ze luchtig met een dode piloot die in een boom hangt ('de oorlog is allang voorbij hoor') en ziet ze geesten op de boulevard.
Of zijn dat creaties van haar levendige fantasie, een 'way out' om te overleven in haar eentje?
De film snijdt belangrijke thema's aan als eenzaamheid, Alzheimer, maar barst ook van de levensvreugde.
Het tempo is kalm, de muziek fantastisch.

Ontroerd sla ik mijn arm om Zoon heen na de aftiteling.
'Prachtig hè', verzucht ik.
'Niet één van mijn favorieten', bromt de puber naast me.

Morgen maar naar 'Pirates of the Caribbean'.

dinsdag 4 juli 2017

prentje, de bomen en het bos

Soms zit er een discrepantie tussen wat je kunt en wat je wilt.

Het lijkt me (nog steeds) fantastisch om een eigen bedrijfje te hebben.
Ik zie het voor me; ik staande achter de draaibank; het één na het ander houten ontwerp afleverend.
En voor de grote bestellingen heb ik dan een leger aan houtdraaiende senioren achter me staan; die ik eerst mooi in sepia op de foto heb gezet.
Zij het vakmanschap, ik het enthousiasme om het aan de man te brengen.
Helaas, de advertentie bij de houtdraaiclub levert nou niet bepaald een roodgloeiende telefoon op.

Gisteren had ik mijn laatste cursusavond houtdraaien en kregen we de opdracht een boom te maken.
Joost deed er eentje voor.
Wat ik dan leuk vind: aan het einde van de avond staat de tafel vol bomen waarvan er niet één hetzelfde is.
Maar misschien is dat ook een van mijn blinde vlekken.
Lever je als bedrijfje een bepaald product, dan is het toch fijn als er enige uniformiteit in zit.
Laat ik dáár nou juist zo slecht in zijn.
Ik ben niet van de reproductie. Ik ben niet van het precies meten. Ik denk niet praktisch.
Niet planmatig.
Ik ben van het 'ongeveer'.
Van het ongeduld.
Van het imperfecte.
Van het combineren.
Van de impulsiviteit.
De fantasie. De sfeer.
En van het concept-denken.
Ik weet hoe de verpakking van mijn houten ontwerpen eruit moet zien, terwijl er nog geen product-geschikt-voor-de-verkoop van de bank is afgerold.
Want wat ik maak, hoort dan ook weer zó bij me dat ik er geen afstand van kan doen.
Daarnaast; de tijd die in het draaien zit, staat in geen relatie tot een enigszins normale prijs.
*Zucht*
Voorlopig blijft het nog wel even bij dromen. 

woensdag 28 juni 2017

prentje en de puzzel

Soms heb ik het idee dat ik deze blog beter 'prentje zoekt' kan noemen in plaats van 'prentje maakt'.
Wat allemachtig, wat vind ik het leven vaak een puzzel.
En dan niet eentje waarvan de puzzelstukjes vanzelf in elkaar vallen, nee zo eentje waar het grootste gedeelte lucht of gras is en alle stukjes op elkaar lijken.
Hard werken dus.

Maar langzamerhand krijg ik het idee dat ik met de randjes van de 'levenspuzzel' lekker bezig ben.
De afgelopen tijd komt er één belangrijke 'randvoorwaarde' steeds naar voren: familie.
Of scherper geformuleerd: de impact van je jeugd op de rest van je leven. De keuzes die je maakt.
De relaties die je aangaat. Een van de beste boeken op dit gebied vind ik 'Weg van liefde' van Alain de Botton.
Onlangs heb ik 'm opnieuw herlezen.

In ons volwassen bestaan bestaan roepen we continu de gevoelens op die we zo goed kennen uit onze kindertijd; positief én negatief. Daarbij kunnen we in de valkuil stappen dat we er vanuit gaan dat 'de ander' ons wel zonder woorden aan zal voelen, zoals dat ook was toen je nog een kind was. En anders gaan we bijvoorbeeld mokken, ook een kinderlijke reactie. We willen begrepen worden, maar zijn ondertussen geenszins van plan de ander op weg te helpen. Eigenlijk zijn onze verwachtingen behoorlijk onrealistisch.

Een andere erfenis uit de jeugd is 'overdracht'; een situatie of opmerking lokt bij iemand een reactie uit die niet in verhouding lijkt te staan met hetgeen net heeft plaatsgevonden. Er treedt een gedragspatroon in werking dat ooit is ontwikkeld om om te gaan met een bepaalde dreiging en deze is op de een of andere manier in het onderbewustzijn opgeroepen. Degene die overdreven reageert is verantwoordelijk voor de overdracht van een emotie uit het verleden op iemand in het heden - die zo'n reactie waarschijnlijk niet verdient.
Onze geest is gek genoeg niet altijd in staat zijn positie in de tijd te bepalen. Het frustrerende is dat degene bij wie de overdracht plaats vindt zelf niet goed kan inschatten, laat staan rustig uitleggen, wat er aan de hand is met hem of haar. In onze beklemming trekken we onmiddellijk de ergste conclusies waartoe het verleden ooit aanleiding gaf.
Probeer dan maar eens de heftige emoties binnen de juiste context terug te plaatsen.

Kinderen kunnen ons ook zoveel leren over liefde. Bij een kind probeer je met de grootste welwillendheid aan de weet te komen wat de achterliggende reden is van lastig gedrag. Ouders nemen voetstoots aan dat hun kinderen, ook al gaan ze tekeer, in wezen goed zijn. We weten dat omstandigheden als honger, fysiek ongemak of vermoeidheid een stemming ongemerkt enorm kan beïnvloeden.
Helaas lukt het ons vaak niet om dit instinct over te hevelen naar onze volwassen relaties. We herkennen niet meer de angst, verwarring of uitputting die vrijwel altijd ten grondslag ligt aan humeurigheid of een lelijke opmerking.
De kinderlijke behoefte wordt niet meer (h)erkend.

En dan hebben we het nog niet eens over hechting gehad. Eenderde van de West-Europese en Noord-Amerikaanse bevolking is niet goed gehecht. Dat wil zeggen dat een op de drie mensen te maken heeft gehad met dusdanige teleurstelling in de jeugd dat er als gevolg daarvan primitieve afweermechanismen (daar zijn ze weer) zijn ontwikkeld en het vermogen tot vertrouwen en intimiteit is ondermijnd. Gevolg: angstige of vermijdende hechting.
Angstige hechters zijn geneigd tot claimend en controlerend gedrag.
Vermijdende hechting wordt gekenmerkt door een sterk verlangen conflicten te vermijden en de ander uit de weg te gaan wanneer deze niet in emotionele behoeften heeft voldaan.
Vermijdende personen gaan er snel van uit dat anderen hen willen aanvallen en niet voor rede vatbaar zijn. Er zit niets anders op dan weg te lopen, liefde tonen wordt te gevaarlijk.

Nu ik de impact van de jeugd weer opnieuw op mijn netvlies had staan, kon ik niet anders dan 'ja' zeggen tegen het aanbod van een goede kennis om een keer mee te doen met een familie-opstelling.
Bij een familie-opstelling spelen representanten de rol van familieleden.
Je stelt een vraag die betrekking heeft op een patroon dat je bijvoorbeeld moeilijk kan doorbreken.
Je zet als het ware je familie neer in je leven, en daarmee wordt hun rol duidelijk.
Magisch wat voor inzichten dat op kan leveren.

De puzzel is nog niet compleet, maar de randen tekenen zich steeds duidelijker af.

maandag 26 juni 2017

prentje en het vertrouwen

Zijn huid is bijna doorzichtig; zijn haar witter dan wit.
Achtentachtig jaar is mijn vader.
Sinds anderhalf jaar liefdevol verzorgd in het verpleeghuis.
Zijn kortetermijngeheugen heeft hij niet meer, maar elke keer als we komen, klaart zijn gezicht op.
Altijd herkent hij ons; zijn naaste familie.

Kijkt hij al blij als wij komen; als mijn moeder binnenkomt, straalt hij helemaal.
Zeventig jaar is hij al verliefd op dezelfde vrouw. Haar portret hangt naast zijn bed.
Als ik hem bezoek, streelt hij af en toe even met zijn oude gerimpelde vingers over haar foto.

Het valt haar regelmatig zwaar, de man te bezoeken met wie ze inmiddels 61 jaar getrouwd is.
Het liefst zou ze hem mee naar huis nemen.

'Zou je wel 100 willen worden?', vraagt ze van de week voorzichtig.
'100 jaar?', herhaalt hij haar vraag.

'Met jou erbij wel 1000!'

Begrijpt U nu waarom ik nog steeds in de kracht van liefde geloof?

zaterdag 24 juni 2017

prentje & Down to Earth

Ken je dat gevoel? Dat je in de bioscoop zit, de film afgelopen is, maar je eigenlijk niet de 'echte wereld' in wilt? Omdat je met elkaar zo iets bijzonders hebt meegemaakt, dat weer wordt 'verdund' als iedereen zijn eigen weg gaat?

De film Down to Earth draait al sinds vorig jaar oktober in de bioscoop, maar toen ik 'm vanmorgen bezocht zat de zaal nog steeds helemaal vol. Het is het ongelofelijke verhaal van een Nederlands gezin, dat alles had (en meer) en toch het gevoel van leegte niet kwijt kon raken.

Vijf jaar lang bezochten Rolf Winters en Renata Heinen met hun drie kleine kinderen alle continenten om met wijze mensen waar ook ter wereld van gedachten te wisselen over een zinvol leven.
En waar ze ook kwamen, de boodschap was overal hetzelfde: een zinvol leven is een bezield leven. Een leven in verbinding met elkaar, met de wereld, met alles en iedereen om je heen.

In onze westerse maatschappij zijn we het contact kwijtgeraakt. Het contact met de aarde, met ons hart, met ons medemens. Deze maatschappij is veel meer gericht op het 'ik', terwijl een betekenisvol leven veel meer gericht is op het 'wij'. Het gezin bezocht stamhoofden, medicijnmannen en andere 'Earthkeepers'. Het resultaat is een film die schoonheid, troost en optimisme biedt.

Inmiddels is 'Down to Earth' een complete beweging geworden. Voor de start van de Klimaattop in Parijs kregen alle vertegenwoordigers van de verschillende landen de film te zien voor ze aan de onderhandelingstafel schoven. Tientallen mensen hebben na het zien van deze film hun baan opgezegd om zich in te zetten voor een betere wereld, waarin we met meer respect omgaan met onze natuurlijke bronnen.

De film maakt zo'n verpletterende indruk, dat verschillende vrijwilligers zich hebben opgegeven om na de film nog na te praten met de bezoekers. Vanmorgen schoof Yolanda Pieterse aan, natuurgids en fijne gespreksleider. Ze beantwoordde vele vragen, onder andere over de mogelijkheden om de film ook op scholen en bij bedrijven te kunnen vertonen.

Ik kan er nog heel lang over schrijven, maar het werkt zoveel beter om 'm zelf te bezoeken.

Het is een verrijking.

dinsdag 20 juni 2017

prentje en de Petteflet, deel zoveel

Na alle ontboezemingen doen we weer eens een fijne binnenkijker, dacht ik zo.
Want o, wat ben ik nog steeds verliefd op de Petteflet.
In het afgelopen jaar is er wel wat veranderd, maar ook weer niet heel veel.
Mijn smaak kan ik het best omschrijven als Mid-Century-Danish-Modern-Classic.
Dat is vast geen officiële beschrijving, maar het komt in de buurt, denk ik.
Ach, eigenlijk is het gewoon het prentjeshuis.

Het huis dat me omarmt, elke keer als ik thuiskom.
Waar ik post ontvang van mijn 84-jarige moeder, die elke keer stukjes voor me uit de krant knipt die ze van mij op toepassing vindt.
Waar -sinds ik weer alleen ben - iedere avond een andere knuffel in mijn bed ligt te wachten, omdat Zoon wil voorkomen dat ik me eenzaam voel.
Waar ik elke keer met ontroering en trots kijk naar de foto van mijn vader met Johan Cruijff.
Waar ik de cadeaus omarm van de lieve mensen uit mijn omgeving die me zo goed kennen.
Het huis waarin ik lach, huil, werk, liefheb, kook (soms), huiswerk overhoor, lees, kijk, geniet en nog veel meer. 

Maar vooral het huis waarin ik mezelf ben.

zaterdag 17 juni 2017

prentje en de verschillen

Omdat ik de grootste kneus van de groep ben grootste afstand heb te overbruggen, mag ik van Joost nu ook in het weekend oefenen met houtdraaien
Het zit zo: houtdraaien is niet mijn natural talent, maar ik word er wel ontzettend blij van.

'Alsjeblieft', zegt Joost als hij me een enorme houtstronk overhandigd. 'Ik zou even de draaibank op een lager toerental zetten als ik jou was om de schors eraf te halen.'
Onmiddellijk slaat de paniek toe. Joost heeft me namelijk eerder tijdens een oefensessie uitgelegd hoe ik het toerental kan aanpassen, maar daar is niets van blijven hangen.
De vorige keer tijdens de groepsles werkten we ook met grote boomstronken, maar koos ik expres de kleinste uit zodat ik niet aan het toerental hoefde te zitten. Joost deed het toen één keer voor aan mijn groepsgenoten, die allemaal knikten en vervolgens meteen hun draaibank aanpasten.
'Ehm, ik weet niet meer zo goed hoe het moet', zeg ik schoorvoetend.
'Dan leg ik het je nog een keer uit', zegt Joost vriendelijk, nog-niet-wetende-hoe-weinig-ik-ervan begreep.
Hij draait aan een grote knop, schuift de band over het onderste radertje naar een grotere draaischijf en herhaalt deze beweging in omgekeerde richting bij de bovenste schijven.
'Zo, en nu jij.'
Het zweet breekt me uit. Welke kant draaide hij ook alweer op beneden? En boven?
'Ik snap het nog niet', zeg ik.
'Geeft niets', zegt hij opgeruimd, 'daarom overweeg ik ook een damesklas te vormen met houtdraaien. Mannen zíen het meteen, bij vrouwen werkt dat vaak anders. En mannen worden dan nogal eens ongeduldig, denken: dat zíe je toch? Maar ik weet inmiddels dat je met dit soort kwesties bij vrouwen de deur heel wijd moet openzetten.'
'Dus ik moet naar voren draaien aan de knop als ik beneden naar rechts wil, en bovenin andersom?'
'Je probeert het in taal te vangen', zegt Joost. 'Volgens mij ben je erg talig.'
'Ja, zo probeer ik de wereld om me heen te snappen. En ik ben behoorlijk visueel ingesteld', knik ik.
'Met als gevolg dat ik op het gebied van simpele dingen begrijpen nogal achterloop.'

Joost doet het nog een keer voor. Dankzij zijn rust en houding voel ik de ruimte om het te leren begrijpen.
'Dus het bandje wordt niet groter of kleiner door aan de wieltjes te draaien?'
Getroffen kijkt het me aan.
'Dank je wel voor dit kijkje in de keuken', zegt hij. 'Ik had nooit zelf kunnen bedenken dat een vrouw deze gedachte zou kunnen hebben. Om elkaar te begrijpen, moet je dus elkaar blijven vertellen wat er in je hoofd om gaat. Pas dan kun je een stap vooruit doen. Mannen en vrouwen denken vaak compleet anders.'
'Klopt', zeg ik. 'En waar het om emoties gaat, moeten vrouwen bij mannen vaak de deur heel wijd openzetten, uitzonderingen daar gelaten. Wij denken op onze beurt dan: maar dat zíe je toch? Je zíet toch wat dit met me doet?'
'Eigenlijk moet je dus allebei op je eigen manier de weg vinden in een gebied waar je blind bent', zegt Joost.
'En dat gebied kan heel groot zijn. Juist mannen die wat minder thuis zijn in hun eigen emoties kunnen heel stabiel overkomen en hebben een grote aantrekkingskracht op vrouwen die ehm, minder stabiel zijn. En andersom.'
'Dus eigenlijk zeg je dat de ultieme vrouw valt voor de ultieme man en vice versa, maar dat ze elkaar elkaar niet begrijpen? Dat is dan leuk bedacht hierboven', zeg ik lachend. 'En vervolgens ben je dus je bijna je hele leven bezig om inzicht te krijgen in elkaar.'
'Ja, maar dat kan ook een verrijkende zoektocht zijn', knikt Joost. 'Laat ik op mijn beurt jou een kijkje in de keuken geven. De ultieme man is vaak een eenzame jager, die zijn hoofd gewoon ten ruste wil leggen bij een vrouw. En begrepen wil worden en erkenning wil. Daar gaat het vaak mis.
Als een man een hele lijst van klussen heeft afgewerkt en denkt "zó, we zijn klaar", denkt de vrouw "zó, we kunnen beginnen".
Mannen uiten hun liefde vaak door te dóen, waar vrouwen willen práten. En dat is voor mannen het moeras. Allebei uiten ze hun liefde dus op hun eigen manier, alleen herkennen ze dat niet van elkaar en voelen ze zich onbegrepen.'
Nog één keer kijk ik naar de radartjes. Mooi om te zien hoe zoiets technisch zo'n gesprek heeft opgeleverd.
Joost verplaatst de band nogmaals, zet er nu met een stift een streepje op en vraagt me welke kant hij moet opdraaien.

En opeens zíe ik het. 'Je moet naar het radarwiel tóedraaien.'
Wat leer ik toch veel in deze werkplaats.

donderdag 15 juni 2017

prentje en het lichaam

Soms kom je mensen tegen die een onuitwisbare indruk op je maken. Zo ontmoette ik een paar maanden geleden op een feestje Chiel. Vijftien jaar geleden had hij een vette baan, geld als water en een groot huis. Voor de buitenwereld leek het plaatje perfect. Tot hij opeens werd geconfronteerd met heftige allergie-aanvallen.
Chiel ging naar de huisarts, beschreef zijn klachten en kreeg medicatie.

Chiel nam hier echter geen genoegen mee, en ging op onderzoek uit. 'Hoe komt het dat ik opeens last heb van allergische aanvallen?' 'Wat wil mijn lichaam me vertellen?'

Hij reisde de hele wereld over. Bezocht landen als Thailand, India en de Filipijnen. En kreeg steeds duidelijker antwoorden op zijn vragen. Het lichaam heeft ons ontzettend veel te vertellen, we zijn alleen niet altijd in staat om te luisteren. Zijn intuïtie klopte: zijn allergieën verdwenen in de loop der tijd.
Chiel werd zo enthousiast over alles wat hij ontdekte, dat hij zijn commerciële baan aan de wilgen hing en zich steeds meer in de taal van het lichaam ging verdiepen. Hij gooide op alle vlakken het roer om, specialiseerde zich als natuurgeneeskundig therapeut en begon zijn eigen praktijk.

In een van mijn slapeloze nachten afgelopen weken kwam er opeens een gedachte op: ik moet naar Chiel. Mijn energielevel was al een tijdje gedaald, en een gebroken hart zorgde voor een neerwaartse spiraal wat betreft mijn vitaliteit. Daarnaast had ik weinig eetlust en werd ik achtervolgd door allerlei ontstekingen.

Ik was echter in de veronderstelling dat Chiel voor een aantal maanden in het buitenland zat.
'Dan maar een afspraak voor erna', dacht ik, en stuurde hem een mailtje waarin ik mijn situatie uitlegde.

De volgende ochtend had ik al een reactie. De plannen waren veranderd, ik kon de week erop al bij hem terecht.

Als een dood vogeltje zat ik afgelopen dinsdag bij hem in de praktijk. Binnen vijf minuten was ik in tranen. Nog nasnikkend legde ik hem het een en ander uit. Hij nam uitgebreid de tijd, luisterde vol aandacht en respect.

'We gaan eens kijken wat je lichaam te vertellen heeft', zei hij monter, nadat ik was uitgepraat.
Ik ging in een comfortabele stoel zitten en hield op zijn verzoek mijn duim en wijsvinger tegen elkaar. 'Ik ga wat spiertesten doen', vervolgde hij. 'Dat heet kinesiologie'.
'Het zal wel', dacht ik. 'Hoe het ook heet, ik wil me niet langer zo voelen als nu.'

Chiel legde een soort bordje op mijn schoot, zette daar af en toe een buisje in en begon me vragen te stellen. En ongelofelijk, mijn lichaam gaf antwoord door mijn duim en wijsvinger op elkaar te houden of te openen. Ik had hier volstrekt geen invloed op.

Drie uur later stond ik volkomen flabbergasted weer buiten. Werkelijk alles, maar dan ook alles klopte. Mijn lichaam had blijkbaar mijn hele geschiedenis opgeslagen. Hij was al mijn organen af gegaan, en bij het zenuwstelsel 'vloog ik er keer op keer uit'.
Elk lichaamsdeel heeft een bepaalde signalerende rol. Daar komen ook uitdrukkingen als 'pisnijdig', 'op de lever hebben' of 'gal spuwen' vandaan.

'Angst om verkeerd begrepen te worden', 'angst om grenzen aan te geven' en vooral 'angst om te kwetsen' kwamen bovendrijven. Dankzij Chiel's vragen konden we samen achterhalen wanneer en hoe dat was ontstaan, en waarom ik mijn emoties onderdrukte. Waarom ik 'in mezelf verdween' en niet meer benaderbaar ben bij conflicten. En hoe ik dit kan veranderen. Chiel probeerde zoveel mogelijk blokkades op te heffen.

'Wat een geweldig vak heb jij', zei ik halverwege. 'Fantastisch he', zei hij. 'En het lichaam geeft gewoon alle antwoorden. We zijn het alleen verleerd om te luisteren. Zo simpel eigenlijk.'

Zo simpel en zo bijzonder. Dit is het grootste cadeau dat ik mezelf kon geven.
Ik voel mijn energie weer stromen en voel me sterker dan ooit. En dit dankzij een bezoek aan een 'down to earth-man', die de moed heeft gehad dingen niet voor lief te nemen en op onderzoek uit te gaan.
En zijn kennis en kunde met liefde deelt.

Ik heb mijn lichaam één belofte gedaan: voortaan luister ik altijd naar wat 't te vertellen heeft.    

vrijdag 2 juni 2017

prentje en het houtdraaien

Het begon zo: ik was op een festival in Utrecht, en op dat terrein was ook het atelier van een fantastische houtdraaier gevestigd. Karim maakt prachtige houten vogels, en toen (ex-)Man vroeg wat ik voor mijn verjaardag wilde, vlogen de vogels zó mijn hoofd weer in. In plaats van bestellen via de website, ging (ex-)Man mijn vogel zelf halen.
Enthousiast vertelde hij over de rondleiding die hij had gekregen. 'Dat wil ik ook', dacht ik, en maakte dezelfde avond een afspraak met Karim. 
Ik had een heel fijne middag. Buiten scharrelden de varkentjes van de kinderboerderij, binnen dronken we thee en praatten we over de liefde voor hout en het volgen van je hart. 
Als je zelf wilt leren houtdraaien, moet je bij Joost zijn, zei Karim. 
Ik mailde Joost meteen, maar zijn cursus zat vol. Maar het lot was me gunstig gezind; er had iemand afgezegd.
Ik kon beginnen.
Of ging het zo: hoe fijn ik mijn baan als communicatieadviseur ook vind; ik had behoefte aan iets tastbaars. 
Als kind droomde ik al van mijn eigen 'winkeltje' met een product waar ik zelf verliefd op ben. 
Maar hoe kan het gaan in het leven: je kunt aardig leren, aardig schrijven en iedereen roept 'dat je daar iets mee moet'. Bang voor mijn eigen verlangens volgde ik het veilige pad, en startte een loopbaan in de communicatie. 
Maar ergens bleef iets knagen. 

Of begon het op een andere manier: ik heb al heel lang een liefde voor houten-mid-century-design-Deense-dierfiguren. Denk Kay Bojesen, Lucie Kaas, Hans Bølling. Ik hou van hout. De puurheid van het materiaal, de magie en variatie van de de natuur.
Daarnaast streef ik steeds meer naar eenvoud, op alle vlakken. Liever één prachtig object dat van generatie op generatie doorgeven kan worden, dan een huis vol plastic rotzooi. De wegwerpmaatschappij gaat me steeds meer tegen staan.
De liefde voor ambacht wordt sterker en sterker.
Het maakt ook niet uit hoe het begon. Het gaat om waar ik nu ben.
Op een maandagavond reed ik naar Utrecht voor mijn eerste les houtdraaien. Naast één andere stoere tante bleek ik de enige vrouwelijke deelnemer te zijn.
Houtdraaien is blijkbaar een mannenhobby, en trekt dan vooral mannen van een bepaalde leeftijd aan.
Maar ik voelde me op de werkplaats meer thuis dan ik me sinds tijden op kantoor had gevoeld.
De groep omarmt me vanaf dag 1, ook al snapte ik niets van rechte hoeken, hartlijnen en horizonnen.
Had ik nog nooit een beitel in mijn handen gehad, laat staan dat ik wist hoe ik deze kon slijpen.
En daarnaast is er Joost. De meest a-typische cursusleider die ik ooit heb gehad. Die me tussen het houtdraaien door wijze levenslessen geeft: 'als je alleen naar de top van de berg kijkt, voel je je ontmoedigd. Als je je omdraait en het dal zit, weet je wat voor een weg je al hebt afgelegd.'
Joost weet alles over bomen, filosofie en strooit kwistig rond met Latijnse termen.
'Vergeet je niet te genieten?' buldert Joost boven het lawaai van de draaibank uit als ik weer sta te worstelen met mijn beitel. 'Kijk wat voor een informatie het hout je geeft', zegt hij als mijn werkstuk in tweeën breekt.
En ik ging extra oefenen. Elk vrij uurtje dat ik kon vinden. Nog steeds. Want ik geniet er zo enorm van. Niets zo mindfulness als het werken achter een werkbank. Je denkt even aan de boodschappen en páts, het hout geeft je een dreun. Het draaien heeft iets hypnotiserends. Vanmiddag betrapte ik mezelf er op dat ik een soort 'dialoog' aan ging met het hout. Soms voelt het alsof je een wild beest temt. Vliegt de bast me om de oren. Maar af en toe krijg ik even een glimp van zoals het hoort te zijn. Zijn we in harmonie, het hout en ik. Voelt het wat ik wil, en helpt het mee.
En de voldoening om aan het eind van de les je werkstuk mee naar huis te kunnen nemen! Daar kan geen communicatieadvies tegenop.
Bijvangst is dat Zoon me 'in een ander licht ging zien' toen hij een keer mee mocht en zijn bangige moeder het hout te lijf zag gaan.
Onlangs vond ik op een kunstmarkt een koffer vol leerresten van een tassenmaker. En krijgt mijn droom steeds meer vorm, letterlijk en figuurlijk: ik wil duurzame objecten maken van restmateriaal zodat ik het milieu niet extra belast. Mijn eigen 'prentjes'. Dierfiguren die ik al in mijn hoofd en hart heb, maar die nog geboren moeten worden omdat ik nog veel moet oefenen om de techniek - 'holletje' 'bolletje' 'schouders' - nog in mijn vingers te krijgen. Meters maken. Maar oefening baart kunst.
'Ik zie altijd alles meteen voor me', rilde ik toen Joost vertelde over de gevaren van werken met een snel draaiende machine.
'Gelukkig maar', antwoordde hij. 'Dat is je kracht. Als ik mijn kinderen vroeger aan het voorlezen was en ik zag het niet voor me, dan vonden ze er niets aan.'

En zo leer ik meer op de werkplaats dan ik ooit had kunnen voorstellen. Ik worstel en kom boven. Wilde het afgelopen week maar niet lukken bolletjes te maken; vandaag begon het er een beetje op te lijken. Trots liet ik mijn werk zien aan Jan, de collega van Joost.
'Ach laten we zeggen, het is een begin', zei hij.

En dat is het.
Een nieuw begin.